Dit is de Handreiker waar ik gistermiddag aan moest denken, toen ik met een enorme bult op m’n hoofd, pijn in m’n been, verkrampte spieren in nek en schouders en pleisters op m’n handen op de bank zat.
Het was een behoorlijke knal en – en dat was eigenlijk wat ik nog steeds ervaar als het meest enge – ik was me er volledig van bewust. Ik voelde dat ik mijn evenwicht niet meer kon herstellen en ik wist wat ging komen. Ik ging vallen. Hard. Plat vooruit.
Ik zal je het drama van het moment besparen, maar achteraf gezien was het een prachtige ervaring van samenwerking. Een buurman die het zag gebeuren, ontfermde zich over Fadyen en alarmeerde Peter. Een buurvrouw kwam naast me zitten met rustige woorden. Een andere buurman kwam en zijn krachtige energie en rustige vragen hielden me kalm. Mijn hoofd had de stoep geraakt, maar ik was heel helder. Ik heb het ook allemaal heel bewust meegemaakt. Bijna alsof ik stond toe te kijken.
Inmiddels kan ik rustig stellen dat ik geluk heb gehad. Ja, ik was misselijk en duizelig. Ja, ik moest overgeven. Ja, ik had een enorme pijn in m’n hoofd. Maar uiteindelijk trok dat vrij snel weg en zoals het zich nu laat aanzien heb ik er verder geen hersenschudding aan overgehouden. Geen gebroken ledematen. Geen heftige dingen.
Natuurlijk vroeg ik me vrij snel af: waarom? Wat wil deze val mij duidelijk maken? Zo werkt dat voor mij nou eenmaal. Ik geloof dat alles een spiegel is, dus zo’n val ook. En vaak valt het wel samen met een proces van verzet ofzo, maar dit keer zat ik juist heerlijk in de flow. Ik was lekker aan het schrijven, had iemand heel blij kunnen maken met het delen van een interview…ik was helemaal in m’n element. Dus waarom nu dit? Ik ben er echt nog niet uit. Er speelt momenteel gewoon niets dat mijn aandacht vraagt. Geen dilemma’s. Geen ingewikkelde keuzes. Daarom kwam het ook zo uit de lucht vallen. Ik was juist heerlijk in tune met mezelf.
Daardoor heb ik ook heel duidelijk gemerkt dat ik eigenlijk onmiddellijk in een ”ik heb blijkbaar iets verkeerd gedaan” schoot (anders voelt het Universum immers geen behoefte om je met je neus in de trottoirtegels te duwen) maar dat ik daar ook weer heel snel uit kon stappen. Ik ging echt razendsnel door allerlei emoties heen. Onbegrip. Boosheid. Zelfmedelijden. Verzet. En toen naar acceptatie en zelfs dankbaarheid. Want ik realiseerde me al heel snel dat het allemaal véél erger had kunnen zijn.
De dankbaarheid is uiteindelijk gebleven. Dankbaar voor de goede zorgen die me omringden na m’n val. Dankbaar voor de relatief meevallende gevolgen. Dankbaar dat ik de ruimte heb om rustig te herstellen. En zo kan ik nog wel even door gaan.
Ik heb de gelegenheid gekregen om dit Handreikertje ten volle te ervaren. Want uiteindelijk ging het niet om het vallen. Wat me werkelijk heeft geraakt is alles dat verbonden was met het opstaan.
Ook het Handreikertje dat ik vandaag heb getrokken, is er één ‘uit de oude doos’ en inmiddels heb ik ontdekt dat hij véél dieper gaat dan ik in eerste instantie dacht. Zoals ik in een eerdere post al aangaf, heb ik vanaf jonge leeftijd het gevoel gehad dat ik moest bewijzen dat ik niet voor niets geboren was. Dat heeft trouwens niemand mij aangepraat, dat kwam echt uit mezelf.
Toen dit Handreikertje net voor m’n neus kwam, moest ik even grinniken. Ik begrijp precies waarom deze nu opduikt en ik weet ook meteen wat ik er over kan vertellen.
Het lijkt zo’n logische, het Handreikertje dat ik vandaag heb 